Starterslening aanvragen

De Starterslening overbrugt het verschil tussen de koopsom van uw woning en het maximale bedrag dat u bij de bank kunt lenen. U neemt hiervoor contact op met de gemeente.

U bent een starter als u voor het eerst een woning wilt kopen. Als starter kan de koopsom van uw woning hoger zijn dan het maximale bedrag dat u bij de bank kunt lenen. U kunt dan geld lenen naast uw hypotheek. Zo vangt u het verschil op tussen uw maximale hypotheekbedrag en de koopsom.

Voor de Starterslening staat de rente 15 jaar vast. De eerste 3 jaar betaalt u geen rente en aflossing.

De belangrijkste voorwaarden voor het aanvragen van een Starterslening zijn:

  • Het is uw eerste koopwoning.
  • De woning is gebouwd vóór het jaar 1996.
  • De maximale koopprijs van de woning bedraagt 65% van de op het moment van aanvragen geldende kostengrens van Nationale Hypotheek Garantie (NHG), inclusief verbeterkosten. In 2024 betekent dit dat de maximale koopprijs van de woning € 282.750,- inclusief verbeterkosten bedraagt.
  • Uw hypotheek valt onder de Nationale Hypotheek Garantie (NHG).

Hoe groot is de lening?

In de toewijzing wordt de maximale hoogte van de Starterslening vastgesteld. Dit wordt gedaan op basis van de absolute grens van € 25.000 of op basis van het nog beschikbare budget.

Hoe worden de aanvragen behandeld?

Op volgorde van binnenkomst. De regeling stopt als het budget is uitgeput.

Zo vraagt u een Starterslening aan:

Bent u het niet eens met de beslissing van de gemeente? Dan kunt u bezwaar maken. Daarmee laat u de gemeente weten waarom u het niet eens bent met de beslissing. Doe dat binnen 6 weken. De gemeente kijkt dan nog een keer naar uw aanvraag en neemt opnieuw een beslissing.

Bent u het daarna nog steeds niet eens met de beslissing van de gemeente? Dan kunt u aan de rechtbank vragen of de gemeente een goede beslissing heeft genomen. Dat heet ‘in beroep gaan’.

Als u een aanvraag of melding doet, heeft de gemeente uw persoonsgegevens nodig. De gemeente behandelt uw persoonsgegevens zorgvuldig. In de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) staat hoe de gemeente met uw persoonsgegevens moet omgaan.

De belangrijkste regels zijn:

  • De gemeente vraagt alleen om gegevens die nodig zijn voor het afhandelen van uw aanvraag of melding. De gemeente vraagt niet om andere gegevens.
  • De gemeente gebruikt uw gegevens alleen voor het verwerken van uw aanvraag, melding of voor iets wat daar direct mee te maken heeft.
  • De gemeente bewaart uw persoonsgegevens niet langer dan nodig is.
  • De gemeente zorgt ervoor dat uw persoonsgegevens veilig zijn.
  • Alleen mensen die uw gegevens nodig hebben voor hun werk kunnen ze bekijken.
  • Andere organisaties krijgen uw gegevens alleen als dit wettelijk verplicht is.
  • Als u hierom vraagt, dan vertelt de gemeente u:
    • welke gegevens de gemeente over u heeft
    • waarvoor deze gegevens nodig zijn
    • wat er met uw gegevens gebeurt
  • Kloppen uw gegevens niet? Dan kunt u de gemeente vragen om ze te corrigeren.