Ga naar de content van deze pagina.

De gemeente in historisch perspectief


Geschiedenis van Tholen 

De oudste sporen van bewoning, die in deze omgeving zijn gevonden, dateren van rond het begin van onze jaartelling. Bij deze vondsten was een armband van git uit de Late IJzertijd (200 voor Christus - 0) die op het veen in de omgeving van Sint-Maartensdijk werd gevonden. Ook bij een opgraving ten oosten van Poortvliet zijn, twee meter onder het maaiveld, sporen van bewoning aangetroffen. Eveneens op het veen zijn daar restanten van een boerenwoning met Romeins en vroeg inheems gebruiksaardewerk uit de 2de eeuw zijn opgegraven. 
Pas veel later zijn er opnieuw sporen van bewoning gevonden, namelijk houtskoolresten in de nabijheid van een oven in de Westkerkseberg (omgeving Scherpenisse) waarvan de ouderdom met de C 14 methode is bepaald op 1015. In 1014 en 1134 teisterden grote stormvloeden onze kust. Het zijn deze en andere stormvloeden in die periode die aanleiding waren tot het opwerpen van hoogten (terpen) en de aanleg van dijken. Een voorbeeld van zo'n hoogte is de Westkerkseberg. Van de twaalf terpen of vliedbergen die op Tholen hebben gelegen, is dit de enige overgebleven berg. De anderen zijn afgegraven. 
In de Middeleeuwen lagen hier enige eilandjes die door bedijking van tussenliggende geulen aaneen zijn gevoegd. De laatste grote geul, de Pluimpot, die Tholen in een oostelijke en westelijke helft verdeelde, werd in 1556 op twee plaatsen afgedamd. Een restant van dit water, dat Scherpenisse en Sint-Maartensdijk tot in de 20e eeuw bereikbaar maakte voor schepen, werd als onveilige schakel in de zeewering in 1957 gesloten. De Pluimpotpolder (50 ha) die zo ontstond, was de laatste grote inpoldering op Tholen. 

Naast landaanwinsten zijn er ook verliezen geweest, in het bijzonder aan de zuidkant van Scherpenisse. Door een groot aantal stormvloeden zijn dijken van meerdere polders doorgebroken. Bij de Ramp van 1953 werd ruim de helft van Tholen door het zeewater overstroomd. In het zwaar getroffen Stavenisse vielen 153 doden. Ook de materiële schade was enorm. Het monument "Het Zeemonster", gelegen aan de Provincialeweg tussen Sint-Maartensdijk en Stavenisse, herinnert aan de watervloed. 


Landschap 

Het landschap op Tholen is sterk door de mens beïnvloed en in cultuur gebracht. Voor de herverkaveling lag in het midden van het eiland een laag gelegen weidegebied met kronkelige wegen, de zogenaamde Weihoek. Bij mistig weer was het niet moeilijk om hier te verdwalen. In de herfst en winter stond dit gebied vaak onder water. 
Na de Watersnoodramp van 1953 is men begonnen met de herverkaveling. De oudste polders aan de zuidkant van het eiland ondergingen zeer ingrijpende veranderingen. Wegen werden verlegd en dijken afgegraven. Door de verbetering van de waterlopen en plaatsing van gemalen is de grondwaterstand aanzienlijk gedaald. Hierdoor is ook in de voormalige weidegebieden landbouw mogelijk geworden. 
Aan de noordkant van het eiland liggen de wat kleinere polders met hun met bomen beplante dijken. Na de overstroming van 1953 zijn vooral populieren aangeplant. Deze zijn de afgelopen jaren grotendeels vervangen door duurzamere bomen zoals essen, walnoten en eiken. Het assortiment is verder vergroot met esdoorns, abelen, linden en wilgen. De laatste monumentale iepen die nog op Tholen staan, zijn bijna allen aangetast door de iepziekte. Er wordt nu een proef gedaan met de aanplant van de steeliep, die waarschijnlijk resistent is tegen deze ziekte. 


Natuurgebieden

Enkele gebieden zijn aangewezen als natuurgebied: de Pluimpot ten zuiden van Sint-Maartensdijk, de welen onder Stavenisse, het Stinkgat in de Van Haaftenpolder en het Rammegors bij Oud-Vossemeer. Deze gebieden hebben grote ornithologische en botanische waarde. Ook de buitendijkse slikken en schorren zijn natuurwetenschappelijk waardevolle gebieden. Het zijn fourageer- en pleisterplaatsen voor talrijke vogelsoorten. Buiten het broedseizoen worden er regelmatig excursies naar deze gebieden georganiseerd. 

Aan de noordkant van Tholen en rond Sint-Philipsland liggen buitendijks begroeide schorren, die bij vloed droogblijven. Deze gebieden zijn doorsneden door kreken. Dit landschap geeft een beeld hoe Tholen was voor de aanleg van dijken. Typische gewassen die hier groeien zijn zeekraal en lamsoor, heerlijke voorjaarsgroenten met een aangename zilte smaak. 


Bestaansmiddelen 

Tholen is een agrarisch gebied bij uitstek. De voornaamste gewassen zijn: tarwe, suikerbieten, aardappelen en uien, terwijl daarnaast de bloemzaadteelt een grote plaats inneemt. Ook de fruitteelt is vertegenwoordigd. De veeteelt is hier van minder betekenis. Tot voor kort kende Tholen een hoog werkloosheidspercentage. Het gemeentebestuur doet er veel aan om nieuwe bedrijven aan te trekken. Er zijn een zestal bedrijventerreinen. Het grootste ligt bij het stadje Tholen. Op het bedrijventerrein in Poortvliet staat een groot internationaal verpakkingsbedrijf. Ook is er een meubelboulevard. 

Na de strenge winter van 1962 kwam een einde aan een bloeiende bedrijfstak, de oestercultuur. Het grootste deel van de oesters vroor dood. Mede door de aanleg van het Schelde-Rijnkanaal verdween ook de mosselcultuur. De Thoolse vissersschepen vissen nu op de Noordzee en hebben andere havens als thuishaven. 
Sint-Annaland, Stavenisse en Tholen hebben een jachthaven. De schepen waarmee groepen sportvissers op de Oosterschelde gaan vissen, hebben na het sluiten van de Oesterdam een nieuwe thuishaven gekregen in de voorhaven van de Bergse Diepsluis. 


Boerderijen

Op Tholen liggen enige monumentale boerderijen zoals het Huys Vermuyden aan de Kettingdijk en de hofstede Nooitgedacht onder Sint-Annaland. Het bekendst is de hofstede Reygersburgh die ovale ramen heeft Deze hofstede van rond 1680 ligt aan de Provincialeweg van Sint-Maartensdijk naar Stavenisse. Door de grote verschillen in uiterlijk en ruimtelijke indeling zijn de boerderijen op Tholen moeilijk te typeren. Het beeld wordt gevormd door een woonhuis met een relatief grote schuur met gewoonlijk een varkenshok, een bakkeet waar vroeger het brood werd gebakken en men 's zomers ook woonde en een wagenschuur. Tijdens de herverkaveling na de Ramp van 1953 zijn enige eigentijdse boerderijen gebouwd. 


Streekdracht 

Op Tholen wordt er sinds de laatste wereldoorlog geen streekdracht meer gedragen. In het streekmuseum in Sint-Annaland krijgt u echter een goede indruk over hoe men hier vroeger gekleed ging. Het museum beschikt over een mooie collectie kostuums, mutsen en sieraden. 


Tholen anno nu 

De voormalige Zeeuwse eilanden Tholen en Sint Philipsland worden na de sluiting van de Oesterdam en de Philipsdam in 1986 nog slechts voor een deel beïnvloed door de getijdenwateren: Nationaal Park Oosterschelde in het zuiden; het Keeten, Mastgat en Zijpe in het westen en de Krammer in het noorden. Tussen Tholen en Sint Philipsland, die door de Krabbenkreekdam (1973) zijn verbonden, ligt de Krabbenkreek. De grens met Noord-Brabant wordt gevormd door het Schelde-Rijnkanaal, die de havengebieden van Antwerpen en Rotterdam met elkaar verbindt. Met de passage van ruim 60.000 schepen is het één van de drukst bevaren scheepvaartverbindingen in Nederland. De regio is sinds het gereedkomen van de autowegen op de Oesterdam en de Philipsdam (1988) nu ook makkelijk bereikbaar vanuit de rest van Zeeland en de regio Rotterdam. 
De gemeente ligt in het verzorgingsgebied van Bergen op Zoom en Roosendaal waar regionale ziekenhuizen zijn gevestigd. Voor een deel zijn de Tholenaren ook voor het voortgezet onderwijs op deze steden aangewezen. 
De in 1971 gevormde gemeente Tholen, die in 1995 samenging met Sint Philipsland, heeft 9 woonkernen die verspreid liggen in een uitgestrekt agrarisch gebied van aaneen gedijkte polders. De streek heeft zoals heel Zeeland een relatief groot protestants volksdeel. Het katholieke deel concentreert zich vooral in Oud-Vossemeer en het stadje Tholen. De kernen hebben ieder hun eigen karakter en een eigen historisch verleden.

Het wapen van de stad en de gemeente Tholen

Links het wapen van het stadje Tholen, rechts het wapen van de gemeente Tholen. Tekeningen © Ralf Harteminkwww.ngw.nl


Het wapen van Tholen 

Het stadje Tholen is met ruim 6600 inwoners de grootste kern. Tholen heeft haar naam te danken aan de tol die vroeger werd geheven op de Eendracht. De plaats kreeg in 1366 stadsrechten. Op 16 mei 1452 werd de stad getroffen door een grote brand die vijf/zesde van de stad verwoestte. Ook het stadhuis, het gasthuis en de stadspoorten brandden af. Na brand verrees omstreeks 1460 het stadhuis aan de Hoogstraat. Het karakteristieke gebouw, mogelijk ontworpen door Evert Spoorwater of Andries Keldermans, draagt kenmerken van de late gotiek. In de stadhuistoren bevindt zich een klokkenspel met 37 klokken. De oudste klok dateert van 1458. Dit voormalige luidklokje is nu de oudste beiaardklok van Nederland. Negen andere klokken zijn afkomstig van het klokkenspel van 1627. 
De monumentale Grote kerk in Brabants gotische stijl, de walkorenmolen van 1736 en enige fraaie oude gevels van panden in smalle straatjes accentueren verder het verleden. 
De vesten, die aan landzijde bewaard zijn gebleven, herinneren nog aan een tijd dat het garnizoensstadje een belangrijke militaire functie had als poort van Zeeland. De vroeger vooral agrarisch ingestelde plaats had een grote vissersvloot. Tegenwoordig heeft Tholen een groot bedrijventerrein en een jachthaven. 


Het wapen van Sint-Maartensdijk

Het wapen van Sint-Maartensdijk

Sint-Maartensdijk is bekend door de band met de Oranjes. Koningin Beatrix is Vrouwe van Sint-Maartensdijk. In het monumentale gemeentehuis van de smalstad, dat in 1628 met financiële steun van prins Frederik Hendrik is gebouwd, hangen nog een aantal 17e eeuwse portretten van Oranjes. In dit pand, dat in 1979 en daarna is uitgebreid, is nu de zetel van de gemeente Tholen gevestigd. 
Sint-Maartensdijk was in de Middeleeuwen een bloeiende plaats. In 1434 huwde Frank van Borssele er met de Hollandse gravin Jacoba van Beieren. Hun slot stond aan de noordzijde van het stadje. Door vererving is dit in het bezit van de Oranjes gekomen. Het werd in 1819 afgebroken. 

De prachtige Nederlandse Hervormde Kerk is een laatgotische kruisbasiliek, waarvan het oudste deel dateert van omstreeks 1400. In de toren hangen twee carillons. Het oudste is in 1615 en 1616 gegoten door Pieter van Gheyn. De nieuwe concertbeiaard  (40 klokken) is in 1981 in gebruik genomen. De toren van de Maartenskerk is nu een van de weinige torens met twee carillons.


Tekening © Ralf Hartemink www.ngw.nl


Het wapen van Scherpenisse

Het wapen van Scherpenisse

Scherpenisse wordt in archiefstukken voor het eerst genoemd in 1206. De plaats is evenals Sint-Maartensdijk via de Van Borsseles en het huis van Egmond aan de Oranjes gekomen. Het is de oudst bewoonde plaats op Tholen. 
Op waterstaatkundig gebied heeft de Scherpenissepolder een bewogen geschiedenis. De zeewering lag hier tot 1623 500 meter verder naar buiten. Door overstromingen, dijk- en oevervallen heeft men tot 1826 circa 250 ha grond aan de zee prijs moeten geven. Scherpenisse is in 1953 niet overstroomd. 
In de eerste jaren van de Tachtigjarige Oorlog heeft Scherpenisse geleden onder strijd tussen het Spaanse gezag en de opstandige Geuzen. Ter bescherming van de inwoners en hun bezittingen is toen het Cloveniersgilde opgericht dat in 1594 van Maria van Nassau een keur kreeg. Het gilde bestaat nog steeds. De gildebroeders, die toen met vuurwapens schoten, schieten nu met kruisbogen. 
Tegenwoordig zijn er in deze voormalige gemeente nogal wat recreatieterreinen met zomerhuisjes en campings die vooral worden bezocht door sportvissers en duikers die in het zoute water van de Oosterschelde afdalen. In de zomer vaart er tussen Gorishoek en Yerseke weer een veerboot die fietsers en voetgangers overzet naar Zuid-Beveland.


Tekening © Ralf Hartemink www.ngw.nl


Het wapen van Stavenisse

Het wapen van Stavenisse

Stavenisse wordt al in een oorkonde van 1206 genoemd. Dit eerste Stavenisse is in 1509 overstroomd. Het huidige Stavenisse dateert van 1599. 
In 1653 heeft Hieronymus van Tuyll van Serooskerke, heer van Stavenisse, buiten het dorp een door water omgeven slot laten bouwen. Daaromheen lagen tuinen en bossen. Alleen een deel van de gracht en een stuk van de grachtmuur is nog aanwezig. De kerk bevat zijn fraaie graftombe die is vervaardigd door Rombout Verhulst. Deze vermaarde beeldhouwer is vooral bekend door het grafmonument dat hij maakte voor de 17de eeuwse zeeheld Michiel de Ruyter. Aan de oudste straat in het dorp, de Voorstraat, staan nog enige 17e en 18e eeuwse panden met fraaie gevels. 
Stavenisse is in 1953 zwaar getroffen door de Watersnoodramp. Het water stond er meer dan 3 meter hoog. Als gevolg van de ramp verloren 153 mensen er het leven. Dit was bijna 9% van de bevolking. De materiële schade was enorm. De haven aan het Keeten, die na de Ramp met sluiting werd bedreigd, is nu in gebruik als haven voor kleine jachten en sportvisboten. Ook bij deze meest westelijke plaats in de gemeente Tholen zijn enige recreatieterreinen met vakantiewoningen en campings aangelegd.


Tekening © Ralf Hartemink www.ngw.nl


Het wapen van Poortvliet

Het wapen van Poortvliet

Poortvliet wordt in archiefstukken voor het eerst genoemd in 1200. In 1203 is sprake van een Lambertus, castelanus de Portvliete. Het kasteel dat hij bewoonde stond westelijk van de kerk. Het is echter al vroeg verdwenen. De rijzige gotische kruiskerk waarvan het koor is afgebroken, is in de zeventiger jaren van de vorige eeuw grondig gerestaureerd. Het orgel dateert uit 1806. Het is een geschenk van de Amsterdamse koopman Abraham Dupont en zijn uit Poortvliet afkomstige vrouw Cornelia Jacoba Gaaswijk. 
Poortvliet ligt in de grootste polder van Tholen. Door de vroege inpoldering ligt het maaiveld er relatief laag met als gevolg dat er aan de noordkant van het dorp een uitgestrekt weidegebied ligt. De Weihoek was voor de invoering van de bemaling in 1910 doch ook nadien een begrip voor kronkelige wegen en watergangen. De na 1953 uitgevoerde herverkaveling heeft hieraan een einde gemaakt. 
Opvallend voor deze plaats is dat er twee lokale bedrijven zijn uitgegroeid tot meer dan regionale betekenis. De Woonboulevard trekt mensen uit de wijde omgeving. Budelpack is in de gemeente Tholen het bedrijf met het grootste aantal werknemers dat producten voor binnen- en buitenland verpakt.


Het wapen van Sint-Annaland

Het wapen van Sint-Annaland

Sint-Annaland is in 1476 bedijkt door Anna van Bourgondië. Bij de bedijking werd rekening gehouden met de stichting van een dorp. De eerste kerk die daar voor 1500 werd gebouwd, was gewijd aan Sint-Anna, de moeder van Maria. De Cronijk van Zeeland noemt Sint-Annaland "een zeer voorname plaats,-hebbende een grote, schone kerk, met vele fraaie huizen en gebouwen, nevens een bekwame zeehaven". Smallegange schreef dit circa 1690. In 1692 werd de plaats getroffen door grote brand waarbij een groot deel van de huizen in de vlammenzee ten onder ging evenals de meestoof, de brouwerij en een aantal schuren. 
In de 18e en 19e eeuw genoten de "Stallanders" bekendheid als specialisten in de verwerking van de wortels van de Rubia tinctorum (meekrap), de basis voor een natuurlijke rode verfstof. In het voormalige gemeentehuis is kort na de gemeentelijke herindeling het streekmuseum De Meestoof gevestigd waar veel te vinden is over de meekrapteelt en de verwerking daarvan. Tegenwoordig geniet de plaats bekendheid door de teelt van vroege aardappelen die op de veiling in deze plaats worden verhandeld. Verder legt men zich toe op glastuinbouw en de teelt van bloemzaden die de velden een fleurig aanzien geeft. Een groot deel van de in 1962 aangelegde handelshaven is als jachthaven in gebruik die in open verbinding staat met de Oosterschelde.

 

Tekening © Ralf Hartemink www.ngw.nl


Het wapen van Oud-Vossemeer

Het wapen van Oud-Vossemeer

Oud-Vossemeer onderhoudt banden met het verleden door de Ambachtsheerlijkheid die voor de Franse tijd het dorp bestuurde. Tegenwoordig is het een NV die met zorg het 18e eeuwse Ambachtsherenhuis in stand houdt. Vermoedelijk hebben in Vossemeer de 17e eeuwse voorouders van de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt gewoond. De plaats geniet daardoor ook in de Verenigde Staten enige bekendheid. In verband hiermee is in 1982 in de Zeeuwse hoofdstad Middelburg het Roosevelt Study Centrum opgericht. Dit centrum staat in het teken van de door president Roosevelt in 1941 geformuleerde vier vrijheden die essentieel zijn voor een stabiele situatie waarin de wereld kan streven naar vrede en gerechtigheid. Ook worden daar wisselend met Washington om het jaar de prestigieuze Four Freedom Awards uitgereikt aan prominente politici, wetenschappers, zakenlieden en diplomaten die zich op dit gebied hebben onderscheiden. In 2004 is in Middelburg de Roosevelt Academy geopend.

 

   Tekening © Ralf Hartemink www.ngw.nl


Het wapen van Sint Philipsland

Het wapen van Sint Philipsland

Sint Philipsland is voor de eerste maal bedijkt in 1487. Het is na overstromingen in 1530 en 1532 aan de zee prijsgegeven. Het huidige Sint-Philipsland is in 1645 ingepolderd. Het dorp is het jongste in de regio. De Anna Jacobapolder is van 1847. Oorspronkelijk hoorde deze polder tot de gemeente Bruinisse doch is in 1857 bij Sint-Philipsland gevoegd. De oppervlakte van de gemeente is toen bijna verdubbeld. Het toenmalige eiland is door de aanleg van de Slaakdam van 1884 voorgoed verbonden met Noord-Brabant. De Watersnoodramp van 1953 heeft ook hier slachtoffers geëist. Het veer over het Zijpe was voor 1988 regelmatig in het nieuws wanneer mist en ijsgang overzetten naar Schouwen-Duiveland belemmerden. Nu zijn beide regio's verbonden door de Grevelingendam en de Philipsdam. Laatstgenoemde dam wordt door vogelspotters ook wel de Vogelboulevard genoemd. Ook elders op Sint Philipsland liggen natuurgebieden. Verder is er een eendenkooi die eigendom is van Stichting Het Zeeuwse Landschap. 



Anna Jacobapolder

 is de jongste en kleinste kern van de gemeente Tholen. De polder werd in 1847 bedijkt door de majoor der genie Willem Frederik del Campo genaamd Camp. Hij noemde deze polder naar zijn echtgenote, Anna Jacoba van Sonsbeek. Hij stichtte er enige modelboerderijen en richtte in het midden van de polder een werkplaats op, bestaande uit een wagenmakerij, smederij, verfwinkel, magazijn en een apotheek voor geneesmiddelen voor paarden en vee. Hier verrezen ook een aantal arbeiderswoningen en in 1862 werd daar een school in gebruik genomen. Dit was het begin van het Gehucht aan de Noordweg zoals de kern Anna Jacobapolder tot na de Tweede Wereldoorlog heette. 
Del Campo heeft sterk geijverd voor een aansluiting van zijn polder op het spoorwegnet. De aanleg van de stroomtramlijn van de RTM Steenbergen-Burgh met veerhavens aan beiden zijden van het Zijpe in 1900 heeft hij niet meer meegemaakt. De polder behoorde oorspronkelijk tot de gemeente Bruinisse. De grens met Sint Philipsland was de Bruintjeskreek, het oude Zijpe waardoor de Spanjaarden in 1575 naar Schouwen Duiveland waadden en Zierikzee innamen. 
Met ingang van 1 januari 1858 werd de polder bij Sint Philipsland gevoegd. De tramlijn werd na de Watersnoodramp van 1953 opgeheven. Het veer Anna Jacobapolder-Zijpe verdween na het gereedkomen van de autoweg op de Philipsdam in 199. In de jaren tachtig van de vorige eeuw kreeg de natuur op en rond Anna Jacobapolder meer aandacht. Het zeeuws Landschap herstelde en de eendekooi in oude luister en beheert nu ook de stelberg op de noordwesthoek van de polder.